Voorlopige voorziening

Een echtscheidingsprocedure kan in bepaalde gevallen langer dan een jaar duren. Gedurende die tijd moeten wel een aantal praktische zaken geregeld worden. Denk bijvoorbeeld aan: wie blijft (voorlopig) in het huis wonen? Wie zorgt voor de kinderen? Wie betaalt de rekeningen? Wanneer mogen de kinderen hun ouders zien? etc. etc. Dit soort vragen kunnen het beste in goed onderling overleg besproken worden. In de praktijk blijkt dat onderling overleg echter niet altijd mogelijk, of zeer moeizaam. In dat geval kan aan de rechtbank worden gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het doel van de voorlopige voorziening is om een oplossing te bieden voor een accuut probleem. De eiser van een voorlopige voorziening moet aantonen dat hij/zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Dat wil zeggen dat de eiser niet kan wachten tot een definitieve uitspraak in de echtscheiding.

De procedure van een voorlopige voorziening bij echtscheiding

Een voorlopige voorziening wordt gevraagd door een verzoek in te dienen bij de rechtbank. Dit verzoek kan alleen ingediend worden door een advocaat. Na indiening van het verzoek roept de griffier van de rechtbank de andere partner op om voor een bepaalde datum een verweer in te dienen.

De verweerder hoeft zich niet door een advocaat te laten vertegenwoordigen (al is dat wel aan te raden) en kan zowel schriftelijk reageren als ter zitting verschijnen. In de meeste gevallen wordt schriftelijk verweer gevoerd. De verweerder kan in dezelfde procedure schriftelijk ook een voorlopige voorziening vragen, daarvoor is wel een advocaat vereist.

Binnen drie weken na het verzoek vindt behandeling ter zitting plaats. Partijen kunnen de zitting aanhouden. Partijen kunnen hun verzoek tijdens de zitting nog aanvullen, verminderen of wijzigen. Uiterlijk twee weken na de zitting doet de rechter uitspraak. Deze uitspraak wordt vastgelegd in een beschikking. Een voorlopige voorzieningsprocedure duurt dus, zonder aanhoudingen, in totaal maximaal 5 weken.

De voorlopige voorziening kan gevraagd worden voor, tijdens en zelfs na de echtscheidingsprocedure. Een voorlopige voorziening na de echtscheidingsprocedure kan bijvoorbeeld van belang zijn om met terugwerkende kracht kinderalimentatie tijdens de echtscheidingsprocedure terug te vorderen.

De bevoegde rechter

Alleen de rechter die de echtscheiding in hoofdzaak behandelt is bevoegd om te oordelen over een voorlopige voorziening. Partijen mogen hier wel in gezamenlijk overleg van afwijken. De rechter die de voorlopige voorziening heeft uitgesproken is vervolgens bevoegd om deze te wijzigen. Bij een internationale echtscheiding is de rechter die in het normale geding bevoegd is ook bevoegd om een voorlopige voorziening uit te spreken.

De geldigheid van de voorlopige voorziening

De voorlopige voorzieningen treden normaal gezien in werking op de dag dat de rechter hierover uitspraak heeft gedaan. Het is echter ook mogelijk dat een voorlopige voorziening met terugwerkende kracht werkt. Zo kan bijvoorbeeld over een eerdere periode kinderalimentatie verschuldigd zijn of moet informatie over de kinderen uit het verleden worden gegeven.

De voorlopige voorziening verliest haar kracht op het moment dat de echtscheiding wordt ingeschreven in het echtscheidingsregister. Uitzondering daarop zijn voorzieningen die betrekking hebben op het huurrecht, alimentatie en de kinderen. Die voorzieningen blijven dus wel van kracht. Daarnaast verliest de voorlopige voorziening haar kracht als niet binnen binnen vier weken na de dag van de uitspraak een verzoek tot echtscheiding is ingediend. Voorlopige voorzieningen verliezen hun kracht slechts voor de toekomst. Er is dus geen sprake van terugwerkende kracht